NL - FR
Belgian Journalists on Information Technology

BJIT debatavond op 2 december: 'online of flatline, een uitweg uit het sterfhuis van de media'

Op woensdag 2 december organiseert BJIT, de vereniging van IT-journalisten een debat over 'Online of flatline, een uitweg uit het sterfhuis van de media. De debatavond vindt plaats bij Roularta in Zellik om 19u00. Welkom vanaf 18u30. Achteraf receptie.

Aanleiding is het recente boek van Alex Beishuizen en Johannes Van Bentum: 'Online of flatline, een uitweg uit het sterfhuis van de media' (http://www.onlineofflatline.nl/).

Beiden zijn respectievelijk hoofd- en adjunct-hoofdredacteur van het Nederlandse it-blad Computable en komen hun boek en stellingen persoonlijk presenteren als aanloop naar ons debat. Het is een opmerkelijk werk met straffe uitspraken zoals:

- Elke redactie moet in zijn geheel een internetredactie worden om te overleven.
- Content wordt diverse keren in verschillende uitingen gebruikt. Dat, gecombineerd met een extreem hoge productie per redacteur, heeft de redactie vooralsnog weten te behoeden voor drastische bezuinigingen.
- Werkinhoudelijk en vakmatig zijn er weinig verschillen tussen redacteuren. Dus is het verstandig om de norm op vier berichten per dag per redacteur te leggen.
- Sinds 2005 is de journalistieke productie verdrievoudigd. De freelancekosten zijn gedecimeerd
- Elke redacteur levert 4.000 pageviews per dag op. Voor een redacteur die 80 euro per dag kost is dat dus 2 cent per pageview.
- Een redacteur die 10 berichten maakt die telkens door 100 mensen gelezen worden, haalt 1.000 pageviews. Een redacteur die 1 achtergrondverhaal schrijft met 1.200 pageviews, haalt 20 procent meer rendement.

In het paneldebat zetelen naast de twee auteurs tevens:

Jos Grobben, Roularta internet
Dominique Deckmyn, De Standaard Online
Pol Deltour, Vereniging van beroepsjournalisten
Jozef Schildermans, Datatestlab

Willen jullie erbij zijn? Gewoon een mailtje naar brigitte.doucet@roularta.be

“Wij gooien de telefoon al na één zin dicht”

Eén van de steeds terugkerende onderwerpen op debatten van BJIT, is de fameuze ‘strijd’ tussen redacties en pr-bureaus. Journalisten willen met interessant nieuws naar buiten komen, terwijl de jongens en de meisjes aan de andere kant (“the dark side”) vooral hun klanten onder de aandacht moeten brengen. Het al bij al klassieke kat en muisspel dat daaruit voortvloeit, wordt blijkbaar niet door iedereen gesmaakt. Een impressie van een leuke avond, van een interessante discussie ook.

“Wij gooien de telefoon al dicht na de eerste zin”, wierp Stef Gyssels van IT Professional al meteen een betonnen knuppel in het hoenderhok. En zelfs Tim Nagels van SAP moest toegeven dat ook hij het in een vorig leven wel eens op de heupen kreeg van de zoveelste interviewuitnodiging voor een saaie en grijze vice president (“het fameuze vp-syndroom”). Is het niet de taak van de pr-bureaus om voldoende af te blokken en te filteren? Dienen ze hun klanten niet tegen zichzelf te beschermen?

Edward Claessens van Microsoft was formeel. “Je moet als bedrijf de lijn kunnen trekken: is het nieuws, of is het gratis marketing? Er zijn maar twee dingen die je één keer kan verliezen, je maagdelijkheid en je geloofwaardigheid.”

Nu heeft natuurlijk niet elk ict-bedrijf in België een gewetensvolle pr-manager zoals Edward in de rangen. Het gros van de spelers doet liever een beroep op gespecialiseerde bureaus. “Overigens mogen die bureaus absoluut niet over dezelfde kam gescheerd worden”, benadrukte Marc Henri De Bruyne van Vademecom.

“Enerzijds zijn er de ‘telemarketing deluxe’-bureaus die vijftig journalisten opbellen in de hoop er vijf te kunnen overtuigen, anderzijds zijn er de spelers die op een fatsoenlijke manier omgaan met de pers. Het is belangrijk dat journalisten dat onderscheid kunnen maken.”

Pol Deltour, nationaal secretaris van de VVJ, wees er dan weer op dat journalisten niet blind mogen blijven voor de professionalisering van all things public relations. Volgens hem zou de spanning tussen beide kampen nog toenemen, zeker nu redacties onderbemand geraken en journalisten veel sneller geneigd zijn om hapklare brokken over te nemen.

“Die professionalisering hoeft toch niet nadelig te zijn voor de journalisten”, snoof Edward, “want daardoor doen wij heel wat werk in hun plaats. Hoeveel zaterdagen heb ik nog niet opgeofferd omdat ik whitepapers aan het samenvatten was?” “Pr-bureaus behoren een degelijke bron te zijn voor journalisten”, klonk het instemmend onder het gros der aanwezigen”, één van de bronnen weliswaar.” En kijk, dat moest zelfs Stef Gyssels toegeven, “maar de goede bureaus raken ondergesneeuwd door de slechte, en dat wordt een groot probleem”, probeerde hij nog. Waarop Tim Nagels: “je krijgt wie je verdient als bedrijf”.

Pr-omgevingen zijn ‘duivenkoten’, luidde één van de stellingen waarover gedebatteerd werd, steevast bevolkt met juniors die hun stiel niet kennen. En dat werkt op de zenuwen van beroepsjournalisten. Peter Otten van Hill & Knowlton keerde de stelling meteen om: “hoe vaak moeten we onze database niet aanpassen omdat er nog maar eens een journalist andere oorden heeft opgezocht? Het verloop bij de pers is zeker even groot als bij de pr-agencies.”

Een brug te ver voor William Visterin van Smart Business Strategies, die argumenteerde dat alvast bij de IT-pers journalisten redelijk lang op hun plaats blijven zitten. “Ze hebben al minstens twee jaar nodig een beetje ingewerkt te geraken”, klonk het. Maar wat nu te denken van de jonkies in pr-land? “Ze horen er bij, want ook zij moeten een leerproces doormaken”, was de consensus. Maar ook: “de pers heeft het recht om ‘slechte’ pr-mensen op hun plaats te zetten.”

Charly Lammers van Toorenburg (LVT): “Journalisten zijn onze belangrijkste klanten. Onze mensen mogen pas met hen bellen na een half jaar ervaring te hebben opgedaan. Want ook het persoonlijke aspect is uitermate belangrijk. Als je een interessant doorgeefluik wil zijn voor journalisten, moet je een gezonde en persoonlijke relatie met hen opbouwen. Dat doe je niet van de ene dag op de andere.”

“Anderzijds moeten journalisten ook niet te braaf zijn”, aldus nog Charly. “Ze moeten achteraf niet komen klagen als ze op het moment zelf niet durven zeggen waar het op staat. Het spel tussen pr en pers mag best wat scherper gespeeld worden, een beetje meer zoals in Nederland het geval is.”

“We moeten inderdaad selectiever zijn en gemakkelijker neen zeggen”, repliceerde Jozef Schildermans vervolgens op de stelling dat pr-verantwoordelijken vaak een persoonlijk contact verkiezen boven een telefoongesprek. “One on one’s kunnen nochtans vreselijk saai zijn, terwijl je soms fantastische telefonische interview kan afnemen”, wist William. “Alles hangt af van persoon tot persoon.”

Is de one on one een ietwat achterbakse strategie van pr-bedrijfjes om toch iets geschreven te krijgen? Worden pr-bedrijven betaald per persoonlijk contact? Claessens: “Nonsens! Komaan jongens, it’s us together! We staan toch allemaal aan dezelfde kant, we zitten allemaal in het communicatievak!”

Of een pr-dame uit het publiek: “We merken toch dat er na een persoonlijk contact betere stukken geschreven worden. En bovendien leer je de journalist in kwestie beter kennen, waardoor beide partijen er beter van worden. Maar ook wij moeten selectiever zijn hoor, want we krijgen minder centen van de bedrijven. We nodigen dus niet zomaar eender wie meer uit voor een one on one.”

Nog enkele straffe uitspraken om mee af te sluiten? Sure. Of wat dacht u van deze: “Opel mag gerust failliet gaan, of beter: Opel zou eigenlijk failliet moeten gaan. Waar zat die directie eigenlijk?”, “Wanneer bepaalde pr-bureaus ons proberen te bellen, nemen we gewoon niet meer op”, “Irritante pr-mensen zijn als antibiotica”… U merkt het: altijd interessant, zo’n onderonsje van de IT-pers.

BJIT-3C Debat : Pers en Webinteractiviteit

Ze zijn zo grof, meneer

Het Web 2.0 gebeuren schudt de klassieke communicatiemedia fors door elkaar. Moeten bedrijven naast de klassieke journalisten nu ook de bloggers opvrijen? En auteurs op sites terechtwijzen bij fouten? En wat doe je met een publiek dat steeds mondiger wordt, maar vaak ook grof in de mond in hun reacties? Aan de hand van 10 stellingen wijdden 3C en B-Jit hier een ‘tien stellingen’-avond aan op 4 dec ll.

Voor Didier Borremans van Outsource en moderator Luc Blyaert (*) zijn de voorbeelden van de nieuwe communicatieorde duidelijk. Iemand die het niet eens is met de prijzen van Kinepolis, kan een Facebookpagina creëren en binnen de kortste keren 30.000 andere malcontenten verzamelen en zo een passage in Peeters & Pichal (op Radio 1) versieren. Hoe kan je daar als bedrijf op reageren? Of hoe ga je als redactie om met de verschillende snelheden van een ‘online-‘ en een ‘papieren’ medium? En hoe reageer je als de interactiemogelijkheden op de site worden misbruikt voor grofheden?

Stelling 1: Woordvoerders, pr-bedrijven én knipseldiensten houden enkel rekening met print.

Voor alle aanwezigen was het duidelijk dat de verschillende media– ‘print’ en electronische– naar elkaar toegroeien. Bij Roularta constateert Jos Grobben (*) dat de magazines als Knack en Trends van duidingsgerichte organisaties evolueerden tot publicaties met nu ook een positie op de markt van ‘hard nieuws online’. Print is dan ook al lang niet meer het enige venster op de wereld, zelfs als heel wat klanten met communicatienoden nog niet de verschillen zien tussen de klassieke en de nieuwe media wat betreft functie en impact. Sommigen willen nog met hun foto in het blad, klinkt het dan. Voor een communcatiespecialist, aldus Gert Asselman (*), is het dan ook belangrijk elk communicatietraject met de aangepaste research aan te pakken. Bij de knipseldienst Ammco ziet Eric Fobelets (*) wel een groeiende vraag bij de klanten over de wijze waarop ze in het internet worden besproken. Ammco stuurt dan geen knipsel (m.a.w. geen electronische copies, ook al omwille van copyrightredenen) maar url’s, zodat de klant zelf de evolutie (reacties en dies meer) van de berichtgeving in het internet kan volgen. Ammco screent daarbij wel vooraf de sites– nieuwsites en blogs- en hun nieuwswaarde (momenteel goed voor 124 sites die worden opgevolgd). Daarbij is veeleer de impact van de site van belang, dan het rauwe aantal clicks, nuanceert Asselman.

Stelling 2: Snelheid is belangrijk op websites: quick & dirty. Bronnen worden amper gecheckt.

Een levendig besproken stelling! Toegegeven, de initiële berichtgeving in het internet kan fouten bevatten, maar de electronische media hebben wel de mogelijkheid om door snelle updates de inhoud aan te passen en dus de kwaliteit op te krikken. Als voorbeeld werd de recente berichtgeving over de aanslagen in Mombai aangebracht, die begon met boodschappen in Twitter, afkomstig van personen die het gebeuren bijwoonden en ondergingen. Een voorbeeld van gebrekkige bronnencontrole was dan weer hoe een klinkklare typfout in een bericht van een persbureau klakkeloos werd overgenomen in andere elektronische media (en zelfs in een krant). Of nog hoe een persoonlijke opmerking van een vakbondsafgevaardigde inzake het ‘stilleggen van chemische fabrieken’ ongeverifieerd in alle mogelijke media opdook. Toch mag dit probleem niet worden overroepen, klinkt het weerwoord. Ook een site moet de kwaliteit van zijn ‘merk’ verdedigen en zal dus niet steeds weer eender wat ‘online’ gooien, relativeert Grobben. Fouten worden overigens ook al snel door collega-bloggers en –internetters aangewezen, wat voor een vorm van ‘sociale controle’ zorgt. Geloofwaardigheid en zelfregulering vormen twee belangrijke factoren. En de lezers zien zelf ook wel het verschil in de berichtgeving ‘heet van de naald’ (snel, de naakte feiten) en deze op het einde van de dag (met al meer duiding etc). Er werd overigens gesuggereerd om hiervoor de berichten en hun updates te voorzien van een ‘time stamp’. Is het eventueel een kwestie van minder ervaren jongeren die electronisch gaan, tegenover een print wereld waar de journalisten met de nieuwsverstrekkers allicht een relatie hebben opgebouwd met wat meer diepgang? Wellicht, klinkt het uit de zaal, maar telkens weer wordt gewezen op de absolute nood aan snelheid (boven diepgang) in het internet als boosdoener.

Stelling 3: Iedereen kan op artikels reageren. Vaak anoniem. Dat moet zo blijven omdat er anders minder reacties zijn.

Ook deze stelling lokte een levendige pro en contra discussie uit. Ja, het moet anoniem kunnen, klonk het (waarbij totale anonimiteit overigens minder makkelijk te bekomen is dan wordt gedacht, bijvoorbeeld door minstens het ip-adres van de zendmachine te noteren). Maar ook de argumenten pro een naamvermelding (vooropgesteld dat het geen valse naam is) wogen door. Een naam bij een stuk betekent zoveel als het nemen van verantwoordelijkheid, klonk het uit de zaal. Bovendien wordt zo allicht ook minder onzin gespuid en stijgt de kwaliteit. Overigens werd ronduit de vraag gesteld naar de waarde van reactiemogelijkheden. Wat is de intellectuele meerwaarde als die reacties niet strikt worden gecontroleerd, suggereert Dominique Deckmyn (*). Ook hun impact werd in vraag gesteld: wat doen die reacties er nog toe, ook als ze negatief zijn? Een droge opmerking uit de zaal stelde immers dat na tien à dertien reacties op een stuk de inhoud van die reacties toch racistisch of schunnig van aard wordt… Opmerkelijk was tevens het commentaar dat in Nederland de reacties in het internet blijkbaar niet zelden groter zijn in aantal en kwaliteit, vergeleken met België (waar men blijkbaar nog niet helemaal heeft leren omgaan met deze vrijheid, wat resulteert in 90 à 95 procent ‘zever’, tegen 5 procent dat toch interessant is). Ook moet worden bedacht dat klagers sneller in de ‘pen’ kruipen dan personen het met iets eens zijn, wat een vertekening van het reactiebeeld kan meebrengen.

Stelling 4: Woordvoerders en bedrijfsleiders onthouden zich van commentaar op websites.

Reageren kan natuurlijk om verschillende redenen, zoals bijvoorbeeld factuele fouten (foute cijfers etc). Maar kan een bedrijfsleider ook zelf reageren, zoals Bruno Segers van RealDolmen het deed, op opmerkingen in het net? Dat kan, klinkt het, maar het hangt af van de omstandigheden. Voorts moet ook die reactie niet gebeuren op de website van het betrokken medium bij het specifieke stuk, maar moeten alle relevante media die de zaak volgen, die reactie in de ‘bus’ krijgen. Zeker als het een beursgenoteerd bedrijf betreft! Al bij al weerklonk hier de opinie dat niet reageren eigenlijk wel een goede reactie is. Zeker in vergelijking met de Angelsaksische wereld is de impact van opmerkingen, commentateren en reacties in sites nog niet zo groot in België. Maar hou ze wel in de gaten, klonk een laatste opmerking, want als het echt snel uit de hand loopt, kan je als bedrijf met een pr-ramp zitten!

Stelling 5: Kwetsende reacties worden niet verwijderd. De uitgever kan niet aansprakelijk worden gesteld.

Artikels die het specifiek over personen hebben, lokken wel vaker reacties uit, niet zelden negatief. Waarna de persoon in kwestie allicht in de telefoon klimt en vraagt om die reacties te verwijderen. Wat te doen? Is dat censuur? En wat als die reacties niet wordt verwijderd en de betrokken persoon echt een klacht indient? (Wat bijvoorbeeld tot de arrestatie van de directeur van Libération in Frankrijk leidde).

De overweging om reacties te filteren en eventueel te verwijderen, leidde tot een discussie over censuur en klachten hierrond. Advocaat Daniel Fesler (*) vestigde hierbij de aandacht op de wetgeving– in casu de wet van 11 maart 2003. In België geldt een getrapte verantwoordelijkheid, die begint bij de uitgever (de ‘verantwoordelijke uitgever’, waarna in een waterval de verantwoordelijkheid tot bij de auteur kan reiken). Wat blogs en sites betreft, geldt dat hoe meer controle wordt op uitgeoefend op de inhoud ervan, hoe groter de verantwoordelijkheid voor de uitgever. Maar inzake blogs etc, wie is daarvan de ‘uitgever’? Het zou een kwestie zijn van hoe meer diensten worden geleverd, hoe meer verantwoordelijk, klinkt het. De rechtspraak heeft zich hierover nog niet eenduidig uitgesproken. Sites die gewoon items ‘herbergen’ zouden dan minder verantwoordelijkheid meebrengen, dan degene die wel ‘editeren’. De ‘uitgever’ ook verantwoordelijk stellen voor de inhoud van reacties op artikels, zou overigens niet bevorderlijk zijn voor de vrijheid van meningsuiting, klinkt het. Betekent dit de noodzaak aan een 24/7 controle? Wat immers met kwetsende commentaren die tijdens het weekend of buiten de klassieke werkuren worden gepost? De vraag bleef wat open. Voorts werd wel gesteld dat het modereren van reacties of opmerkingen niet ‘met de zware voet’ hoeft te gebeuren, ook al om de snelle uitwissleing van ideeën niet te beperken. Concreter nog was de vraag hoe reacties uit de schemerzone te behandelen. Hoe moet je immers een reactie als “Lippens is een incompetente aap” beoordelen? Fesler benadrukte dat het recht op vrije meningsuiting blijft gelden, waarbij wel een opinie mag worden geuit, maar beledigingen aan het adres van een specifieke persoon niet kunnen. Kritiek moet wel mogelijk blijven, mits zinvol.

Stelling 6: Wie bewust zijn reactie ondertekent met de naam van iemand anders, kan niet worden vervolgd.

Dat is valsheid in geschrifte, laat Daniel Fesler er geen twijfel over bestaan. Reacties etc waar dit het geval is, worden gewoonweg verwijderd en de persoon of organisatie die werd misbruikt kan daar klacht over indienen. Voorts moet het bedrijf die de hostingdiensten levert de nodige informatie aan de politiediensten verstrekken.

Stelling 7: Het verwijderen van reacties gaat in tegen de vrijheid van meningsuiting.

De consensus was vrij duidelijk: op zijn of haar eigen site/Twitter/etc pagina kan iedereen zich vrij uiten, maar elders moet iedereen zich houden aan de gebruikersreglementen van een site. In dat opzicht is vrije meningsuiting niet absoluut. Een antwoordmogelijkheid betekent geen vrijheid om eender wat te zggen, stelde Fesler. Het is geen ‘open micro’ vatte Dominique Deckmyn het bondig samen.

Stelling 8: Recht van antwoord op websites is onbestaande. Rechtzettingen worden gewoon aangepast in de tekst, zonder de aanduiding van rechtzetting.

Het ‘recht van antwoord’ is een begrip in de wereld van gedrukte media, met duidelijke kenmerken. Zo moet de rechtzetting op dezelfde plaats worden geplaatst als het oorspronkelijke artikel en ook behouden blijven. Beide voorwaarden zijn niet mogelijk te garanderen op een site, waar oude artikels op de webpagina’s continu plaats ruimen voor nieuwere. Een bijkomend probleem is dat een ‘crawler’, bijvoorbeeld van Google, kan langskomen vooraleer het gecorrigeerde artikel werd geplaatst, zodat zoekresultaten nog naar een oudere versie kunnen leiden. Overigens is het vaak niet duidelijk of een correctie in een artikel werd aangebracht, als er niet een aanduiding als ‘update’ of ‘corrected’ wordt aan toegevoegd.

Stelling 9: Positieve en promotionele reacties zijn gratuite reclame. Die moeten worden verwijderd.

Artikels lokken niet zelden reacties uit die haast pure reclameboodschappen of lofzangen op bedrijven zijn. Gert Asselman verwoordde de consensus dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘positieve’ en ‘promotionele’ reacties en dat deze laatsten inderdaad moeten worden verwijderd. Zijn die laatsten dan niet afkomstig van PR-bureaus, klonk het uit de zaal? Gelach alom en een “daar ga ik niet op reageren” van een evenzeer lachende Asselman. Overigens zijn de reacties veel vaker negatief en venijnig, want de ontevredenen klimmen nu eenmaal vaker en sneller in het toetsenbord. En voorts is er het ‘goed nieuws is geen nieuws’-syndroom dat maakt dat een bericht inzake investeringen in een bedrijf het moeilijker hebben in de berichtgeving dan het ontslag van personeel.

Stelling 10: Bloggers zijn journalisten. Zij bepalen eveneens het nieuws. Woordvoerders moeten er rekening mee houden.

Deze stelling lokte een breed spectrum van reacties uit. Zo zou het onderscheid tussen journalisten en bloggers kunstmatig zijn geworden, want een blog is gewoon een ‘format’, naast artikels, opiniestukken/columns etc. Journalisten en bloggers schrijven allebei, met dien verstande dat als “een blogger schrijft en hij wordt er niet voor betaald, dan is hij een loser,” stelt Dominique Deckmyn het wel scherp. Anderen zien bloggers als een overschat fenomeen, dat drie jaar gelden het nieuwe ding was, maar vandaag is dat al weer Twitter en zo steeds weer wat anders. Moeten de pr-mensen rekening houden met hen? Belangrijker is het bereik van het medium, wordt er gecounterd. Als een voor bedrijven belangrijke groep belangstelling heeft voor de meerwaarde die een blogger biedt, dan is die wel van belang, aldus Asselman. Ook gebeurt het dat blogs onderwerpen of gebeurtenissen aankaarten die niet in de klassieke media aan bod komen (met de Clinton/Lewinsky affaire als voorbeeld). En een blog biedt natuurlijk de mogelijkheid om met een minimum aan infrastructuurkosten wel over erg specifieke niche-onderwerpen te kunnen berichten, wat de diversiteit aan berichtgeving ten goede kan komen. Overigens kan een journalist wel een blogger zijn, maar kunnen bloggers ook alle mogelijke andere beroepen uitoefenen, waarbij ze dan vanuit hun beroepsexpertise of eigen belangstelling over onderwerpen bloggen. Dat journalisten bloggen is echter positief, omdat ze hun ‘metier’, hun expertise als communicator kunnen inbrengen. Wel moeten ze hun ‘petten’ duidelijk gescheiden houden en opletten wat ze schrijven. Er mag geen verwarring ontstaan bij de lezers, bedrijven en uitgevers over de hoedanigheid waarin een persoon iets schrijft. Immers, het format van een blog nodigt uit tot interpretaties die meer de uitdrukking van persoonlijke opinies zijn. Waarna ook de deontologie van de bloggers op de korrel werd genomen. Wat als een blogger bijvoorbeeld producten krijgt toegestopt met het doel daar positief over te berichten? Wat met bedrijven die bloggers in dienst nemen om aan positief imago-management te doen, waarvan al gevallen bekend zijn? Dan zouden die bedrijven verkeerd bezig zijn, werd duidelijk gesteld. En ook pr-mensen en woordvoerders moeten hun werk goed doen en informatie bezorgen aan álle relevante partijen.

Postscript ter overweging… Het Committee to Protect Journalists (CPJ, www.cpj.org)– een onafhankelijke non-profit organisatie uit de USA– meldt dat vandaag internet-journalisten (inclusief bloggers) de grootste groep journalisten achter de tralies vormen. Concreet zijn 45 procent van de 125 gekerkerde journalisten (wel een lichte daling t.o.v. 2007) ‘bloggers, web-based reporters or online editors’, tegen 42 procent uit de ‘print’ media, 6 procent uit tv, 4 procent uit radio en 3 procent uit filmdocumentaires. Het feit dat de online journalist vaak zelfstandig en op zijn eentje werkt, zonder de bescherming van een grotere nieuwsorganisatie, maakt hem (of haar) bijzonder kwetsbaar.

(*) De avond verliep onder het moderatorschap van Luc Blyaert, hoofdredacteur Data News, en kon rekenen op de medewerking van de volgende sprekers: Gert Asselman, communication consultant, Outsource; Dominique Deckmyn, hoofdredacteur, De Standaard Online; Daniel Fesler, partner, BakerMcKenzie; Eric Fobelets, managing director, Ammco; en Jos Grobben, hoofdreadcteur internet, Roularta. En op een evenzeer bijzonder interactief publiek!

Volgende aktiviteiten

VJPP Filmgala

Ook dit jaar zijn BJIT-journalisten uitgenodigd op het Filmgala van de Vereniging van de Journalisten van de Periodieke Pers (VJPP). En ook deze keer gaat het om een filmpremière ‘Burn after reading’ van de gebroerders Coen. Het gala gaat door op dinsdag 14 oktober om 19u30 en wordt gevolgd door een cocktail. Gastspreker is JAM-directeur Frans Wauters. Meer info op de website: http://www.ajpp-vjpp.be/NL/Gala.htm. Reserveren via e-mail op info@ajpp-vjpp.be

2de ICT Quiz ten voordele van Cliniclowns

Na het geweldige succes van vorig jaar (in geen tijd noteerden we het maximale aantal inschrijvingen en de avond zelf was een heuse feestavond in stemmige Moulin Rouge-sfeer) kon een herhaling niet uitblijven: op 20 november 2008 wordt de tweede editie van de ICT Quiz gehouden. Net als vorig jaar zal de quiz uitsluitend vragen (of antwoorden) bevatten met een link naar ICT. Maar de thema's zijn even gevarieerd als in een klassieke quiz: literatuur, muziek, geschiedenis, België,... De quiz bestaat uit 8 ronden van 10 vragen en 2 superrondes. Elk team bestaat uit vijf spelers. De quiz wordt in het Engels gehouden. Wat de quiz bijzonder maakt: de antwoorden worden niet met pen op papier geschreven maar volledig digitaal ingevoerd en verwerkt. Hiermee is deze quiz 's werelds eerste volledig geautomatiseerde zaalquiz. De vragen worden naar een centrale server gestuurd en daar razendsnel verwerkt.

De ICT Quiz is een BJIT-activiteit die werd bedacht en ook ditmaal wordt georganiseerd door Stef Gyssels, adjunct-hoofdredacteur van ICT-magazine Smart Business Strategies en Tim Nagels, communicatiespecialist bij Quadrant Communications. Beiden zijn gebeten door de quizmicrobe en hebben samen ruim twintig jaar evaring in de ICT-sector. Ook in de jury zitten enkele quizveteranen zoals Frank Robben van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid, en Erik Derycke, adjunct-hoofdredacteur van Clickx. En net als vorig jaar zal presentator Dries Cuypers van Accenture de avond in goede banen leiden. Dit jaar vindt de quiz plaats in de SAP Lounge, een zaal die meer quizploegen voldoende ruimte kan bieden. Het aantal inschrijvingen wordt daarom opgetrokken naar zeventig ploegen. Maar omdat dat aantal ook dit jaar snel zal worden bereikt, raden wij u aan om niet te lang te wachten met uw inschrijving. First come, first served, blijft ons devies!

De opbrengst van deze quizavond gaat integraal naar de Cliniclowns, de organisatie die zieke kinderen in meer dan 20 Belgische ziekenhuizen bezoekt om hen enkele momenten van plezier en afleiding te bezorgen. Vorig jaar werd met de winst van de quiz een site opgebouwd waarmee de clowns ook online contact kunnen nemen met de kinderen, en via webcam een echte interactie kunnen hebben. Dit jaar gaat het geld naar een gelijkaardig project, maar dan voor zieke kinderen thuis, zodat ook zij met hun vrolijke vrienden contact kunnen houden.

Debat Web 2.0

Diverse media willen via hun website de interactiviteit verhogen met hun lezers. Die kunnen via de reageerknop hun eigen mening kwijt. Vaak levert dat goede reacties op, maar even vaak slaan ze op niets of zijn ze ronduit beledigend. Hoe moeten media hiermee omgaan? Moet een journalist zich voltijds bezig houden met het beheer van de reacties? Vallen reacties onder vrijheid van meningsuiting en kan een mediabedrijf juridisch aangeklaagd worden voor kwetsende reacties? En wat is de impact voor woordvoerders en pr-bedrijven? ‘We hebben nu interactiviteit, maar hoe gaan we er mee om?’ Dat is het thema van het debat in samenwerking met de vereniging 3C (Corporate Communications Community). De debatavond vindt plaats op donderdag 4 december om 18u45 in het hoofdgebouw van HP in Diegem. Meer informatie volgt.

Sorry, geen testproducten voor België

Product-reviewers hebben het niet altijd onder de markt in een klein land als België. Reorganisaties en besparingen hebben steeds vaker tot gevolg dat beslissingen over het uitlenen van demotoestellen niet langer in Belgisch of zelfs Benelux-verband worden genomen. Vooral Amerikaanse bedrijven denken soms dat ze Europa als één markt kunnen beschouwen en voorzien alleen nog een Europese demopool. Het logische gevolg is dat de beperkte voorraad demotoestellen eerst naar de grote landen en de grote mediagroepen gaat.

De product-reviewer in België (of Nederland) kan ernaar fluiten, of krijgt het product pas onder handen lang nadat de nieuwswaarde ervan verstreken is. Wat ook steeds vaker gebeurt is dat de lokale demo-pool zo klein is dat er maar één exemplaar van een nieuw product beschikbaar is voor de volledige Benelux.

We hebben het recent zelf nog meegemaakt met onze jaarlijkse overzichtstesten van zakelijke desktops en notebooks voor Data News (België) en Computable (Nederland). Dell en Toshiba, toch belangrijke spelers, konden helemaal niets leveren, terwijl Lenovo alleen voor de Nederlandse test tijdig testexemplaren ter beschikking had. Lenovo had de pech dat zijn Benelux-demopool werd gedecimeerd na een diefstal. Bij Toshiba was er voor de volledige Benelux maar één exemplaar beschikbaar van een nieuwe notebook en dat was al uitgeleend. Bij Dell hebben ze sinds kort alleen nog een Europese demopool.

Veel valt er niet te beginnen tegen deze tendens. Lezers begrijpen het evenwel niet als belangrijke spelers ontbreken in een massatest, vandaar dat wij ook steevast vermelden waarom een fabrikant eventueel ontbreekt in de test. Een voordeel voor de betrokken bedrijven is natuurlijk dat ze ook niet negatief uit een test kunnen komen. We hopen maar dat zulks niet de bedoeling is en dat dit soort verkeerde besparingen opnieuw worden bijgestuurd.

Sommige internationale bedrijven hebben de boodschap al begrepen. Bij Olympus werden tot voor kort alle productuitleningen (na een reorganisatie) vanuit Nederland geregeld, met als gevolg dat Belgische journalisten nauwelijks nog aan testproducten geraakten. Na protest is dit rechtgezet en is er opnieuw een specifiek Belgische demopool. Een voorbeeld dat navolging verdient!

Jozef Schildermans, Data TestLab

5 juni - BJIT Cocktail een geweldig succes

Er daagden zowat 450 gasten op. Het grote voordeel is dat alle genodigden zich moesten inschrijven via de site van www.bjit.be en dus ook de statuten en werkzaamheden van BJIT hebben gezien of gelezen. Dank nogmaals aan sponsors Telenet (host), Sun, NextiraOne, Econocom en Alcatel-Lucent.

Er blijkt bij ict-bedrijven nogal wat confusie over de site van Beditique (www.beditique.be) van Noisette Elleboudt, waarvan somige bedrijven denken dat er nog steeds een link is met de BJIT-vereniging. Quod non. BJIT legt er de nadruk op dat it-journalisten zich gratis met hun gegevens en foto kunnen laten registreren op de website van www.bjit.be.

Verkiezing bestuur

Zoals bepaald tijdens de algemene vergadering van 2006 is er om de twee jaar een verkiezing van een nieuw bestuur van de BJIT-vereniging. Luc Blyaert stelt opnieuw zijn kandidatuur en wordt unaniem herkozen. Er was geen enkele andere kandidaat. Zijn voorzitterschap vervalt in juni 2010. Voor het vice-voorzitterschap trekt Brigitte Doucet zich terug wegens mogelijke aanteigingen over een bestuursploeg waarbij voorziter en ondervoorziter tot dezelfde uitgeversgroep behoren. Stef Gyssels (Smart Business-Minoc) werd voorgesteld en unaniem bevestigd als vice-voorzitter. De job als secretaris was vacant. Noisette Elleboudt wordt vervangen door Brigitte Doucet die unaniem werd verkozen.

BJIT Cocktail op Donderdag 5 juni

De Belgian Journalists on Information Technology nodigt u graag uit op onze jaarlijkse cocktail op donderdag 5 juni vanaf 18u30 in het nieuwe pand van Telenet in Mechelen, Liersesteenweg 4, 2800 Mechelen (roadmap).

BJIT dankt ook de sponsors Telenet, Alcatel-Lucent, NextiraOne, Econocom en Sun voor hun medewerking.

Graag uw inschrijving op deze pagina.

Best Wishes 2008!

2007 was voor de Belgische vereniging van IT-journalisten een bijzonder actief jaar met drie debatten over journalisten en public relations, over burgerjournalistiek en bloggers, en recent over de toekomst van de journalist. Er daagden telkens tot een honderdtal toehoorders op. Ook de BJIT-cocktail bij Telindus Belgacom ICT was een succes met bijna 500 aanwezigen. En dank zij Stef Gyssels werd de eerste ict-quiz bij Telenet een erg geslaagde avond met zo’n 250 deelnemers. De opbrengst van de quiz ging trouwens integraal naar het goede doel: de cliniclows. Ook in 2008 pogen we op dat elan verder te gaan. Het doel van BJIT blijft immers om te informeren en elkaar beter te leren kennen in een zo aangenaam mogelijke sfeer. We danken dan ook Corelio, Roularta, Telindus en Telenet voor de ontvangst. BJIT distancieert zich trouwens met klem van alle commerciële activiteiten in naam van de vereniging (zie ook verder in deze uitgave).

In maart volgt zo goed als zeker een tweede debat over de relatie tussen pers en public relations. Onze website wordt inmiddels verder uitgebouwd dank zij Emakina. Journalisten die graag met telefoonnummer, e-mail en foto op de website staan kunnen dat doorgeven aan Brigitte Doucet.

Wij wensen elke journalist en sympathisant alvast een geweldig, intens, maar vooral interessant 2008.

Luc Blyaert (BJIT voorzitter) en Brigitte Doucet (BJIT vice voorzitter).

Strikte scheiding BJIT en Beditique

Zoals tijdens de algemene vergadering begin september afgesproken is, wil BJIT, de vereniging van it-journalisten, een publiek statement maken over de verhouding van BJIT en de onderneming Beditique, vertegenwoordigd door mevrouw Noisette Elleboudt. Beide partijen zijn voorstander van een strikte scheiding tussen de BJIT vereniging en de commerciële onderneming Beditique. BJIT, de vereniging van it-journalisten, wenst die scheiding ook kenbaar te maken en te duiden.

BJIT benadrukt dat ze geen enkele commerciële band heeft met de onderneming Beditique en dat de journalistenvereniging op geen enkel moment financiële steun (met name sponsorgeld voor de BJIT-cocktail en de inkomsten van het BID jaarboek) heeft ontvangen van Beditique. BJIT wenst tevens te benadrukken dat de samenwerking met Beditique onderworpen wordt aan een evaluatie en dat andere partijen in de toekomst eveneens kunnen worden aangesproken voor de organisatie van de jaarlijkse BJIT-cocktail. BJIT legt tevens de nadruk op het feit dat de BJIT-website (www.bjit.be) en de nieuwsbrieven het enige communicatiemedium van de journalistenvereniging zijn. Alle andere vormen van communicatie vallen buiten de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de journalistenvereniging en hebben dus geen enkele rechtstreekse band met BJIT, de vereniging van it-journalisten.

De journalist is dood! Lang leve de journalist?

BJIT debat over de toekomst van de journalist.
Verslag Guy Kindermans.

Dat laatste is nog maar de vraag…. Niet geheel toevallig organiseerde B-Jit – de club van Belgische informaticajournalisten – een discussie over de toekomst van de journalistiek. Nieuwe technologieën doen immers vragen rijzen bij de toekomst van het journalistieke metier.

DE journalistiek en DE journalist bestaan natuurlijk niet. Het panel met Josse Abrahams als moderator maakte dat meteen duidelijk.

Dat was samengesteld uit de uitgevers Luc Eeckhout (ICT Cluster Roularta) en José Delameilleure (B2B Minoc), vertegenwoordigers van journalisten als Pol Deltour (nationaal secretaris Vlaamse vereniging van journalisten) en Frans Wauters (Journalisten auteursrechten maatschappij) én journalisten als Jozef Schildermans (Testlab) en Bruno Koninckx (freelance). Ook het publiek van journalisten, communicatiespecialisten en andere belangstellenden liet zich in deze discussie niet onbetuigd.

Van bij de aanvang leek het thema van de avond veeleer de vraag ‘de toekomst van wat?’ te worden. En meteen werd de ‘identiteitcrisis’ van de journalist aangekaart. Vandaag kan immers iedereen informatie verspreiden via een veelheid aan kanalen. Daardoor is de journalist de controle over de verspreiding van informatie (en de gezagspositie die daar bijhoort) kwijtgeraakt, aldus Luc Eeckhout. Tegelijk wordt er ook meer individueel gereageerd op informatie via die kanalen, zoals in blogs. En bovendien gebeurt alles erg snel, zodat de klassieke werkwijze van de journalist niet meer lijkt te passen in dit jachtige stramien. Dag journalist, dus?

Nee, counterde José Delameilleure, een aantoonbare en bewezen kwaliteit in de berichtgeving is en blijft dé bestaansreden van de journalist. Waarbij zeker moet worden vermeden dat één iemand de verslaggeving doet en tegelijkertijd het foto- of videoverslag (inclusief het editeren van het AV-materiaal) voor zijn rekening moet nemen. Anderzijds zal crossmediaal werken wel deel uitmaken van de journalistieke toekomst, oordeelt Bruno Koninckx.

Cruciaal in de discussie blijkt daarbij de rol van de blog, een medium waarvan de impact groeit. Maar hoe zit het met de informatiekwaliteit in blogs? Hoe vind je betrouwbare blogs en de informatie die je nodig hebt doorheen het hele webkluwen. De eerste zoekresultaten leveren immers niet altijd de meest relevante pointers of referenties op. Het is duidelijk dat de explosieve ontwikkeling van nieuwe technologieën voor informatieverspreiding doorheen het nu wereldwijde internet vandaag een fundamentele rol speelt. Een veel diepgaandere revolutie dan ooit voordien, aldus Pol Deltour, met gevolgen voor werking, organisatie en kwaliteit! Als vertegenwoordiger van de journalistenbond verzet hij zich hoegenaamd niet tegen die nieuwe technologieën, maar ze moeten dan wel positief worden aangewend. Het kan niet de bedoeling zijn om alle functies en verslaggevingsvormen in één persoon te persen en zo te besparen. Hier rust een grote verantwoordelijkheid bij de uitgevers die moeten kunnen garanderen dat journalisten voldoende worden vergoed, met bijzondere aandacht voor de auteursrechten (onder meer bij de herpublicatie van materiaal op het internet of in andere media) en het lot van de freelancers, aldus Frans Wauters. Dat hier de economische noden van publicaties (lees: de onder druk staande inkomsten), de ietwat naiëve verwachting van de consumenten dat informatie gratis is en de precaire toestand van journalisten – en dan vooral de freelancers – lijnrecht tegenover elkaar staan, bleek ‘crystal clear’ tijdens de discussie. Nee, we kunnen ons niet veroorloven tweemaal voor het zelfde te betalen en een bericht moet naargelang zijn scoop-gehalte bvb. soms in een ander medium worden gebracht dan voorzien, op de site in plaats van in het tijdschrift, aldus Luc Eeckhout. Maar hoever kan de slinger die kant uitzwaaien? Tot een hoofdredacteur een katern of een dossier afblaast omdat ‘de sales’ er geen geld in ziet (zoals iemand uit de zaal had ervaren)? Of tot een hoofdredacteur de titel ‘marketeer van het jaar’ krijgt (wat dit jaar gebeurde met Peter Vandermeersch). Daartegenover staat de journalist, die moet leven en worden vergoed voor zijn werk. Dat vooral freelancers het voor hun kiezen krijgen en soms hun toevlucht nemen tot activiteiten die volgens de letter van de wet eigenlijk niet kunnen, ontkent niemand! Dat uitgevers en journalistenbond al jaren niet meer tot een cao zijn gekomen, dat de bestaande barema’s niet worden gehanteerd voor freelancers en dat aan de discussie over auteursrechten, crossmediaal hergebruik en auteursrechten geen einde komt, zijn stuk voor stuk symptomen van een extreem moeilijke situatie. ‘Haast alle processen die we inleiden gaan over freelancers en het gebruik van (en/of de betaling) van hun materiaal’, stelt Frans Wauters…

Telkens opnieuw belandde de discussie weer bij de blogger, voor veel journalisten de boeman, bedreiging, concurrent (schrappen wat niet past) bij uitstel. Is dat de nieuwe journalist? Te vertrouwen? Met echte invloed? De nieuwe lieveling van de PR- en marketingmensen? Of is de blogger in wezen een amateur die zich laat laat lijmen en paaien omdat hij nu ook mag meespelen met de grote jongens? Of sluit de blogger aan bij een trend die mikt op informatie gebracht door personen uit de samenleving, met een hoog ‘reality’- gehalte. Een journalist blogs laten schrijven naast zijn ‘normale dagtaak’ is ook geen optimale oplossing, want hoedanook snijdt dat in de tijd die hij aan zijn artikels kan besteden. Een mogelijke reactie is de nu reeds voorziene bescherming van het beroep nog sterker in de verf te zetten door aan de naam onder een artikel een bewijs van professionele erkenning aan toe te voegen (zoals het ‘ir’ achter de naam van een ingenieur). Klinkt natuurlijk erg defensief, maar veranderingen kunnen erg snel gaan. Met zo’n maatregel kan de journalist de huidige woelige periode overleven. Informatieconsumenten moeten opnieuw een betere kijk krijgen op de kwaliteit die wordt geboden door een kanaal of een specifiek medium. Zoals vroeger de inhoud van de kranten voor absoluut waar werd gehouden (‘anders zouden ze het toch niet drukken zeker’), lijkt nu zo’n simpel vertrouwen te bestaan voor wat informatie op het internet.

Tegelijk moet ook de blogger zich strikter aan deontologische regels houden. Het toepassen van de regels die gelden voor journalisten en de eis ten aanzien van bloggers om hun relatie met bedrijven duidelijk te maken, zou al heel wat dubbelzinnigheid de wereld uithelpen, vindt Jozef Schildermans. Bedrijven en instellingen moeten daarnaast ook zelf het onderscheid leren maken tussen ernstige, professioneel aangepakte blogs en de blogs van dubieus kaliber. ‘Bedrijven scheren heus niet alle bloggers over dezelfde kam,’ stelt Tim Nagels, actief in de communicatiewereld, het publiek gerust.

Belangrijk voor de toekomst is dat nieuwe technologieën niet tot een verschraling van de informatie mogen leiden, waarbij een zelfde stukje telkens weer wordt hergebruikt. En er moet blijvend worden geïnvesteerd in technologie én mensen, ook in moeilijke tijden. Die strategische keuze berust bij de hoogste bedrijfsleiding. Door het mediaberoep te herwaarderen zou ook het probleem inzake geloofwaardigheid al goeddeels worden opgelost. Wat uiteindelijk telt voor de informatiezoeker is in welke mate hij de informatieleverancier kent en dus vertrouwt. Luc Blyaert, voorzitter van B-Jit, merkte daarbij op dat de jongeren van vandaag niet langer bereid zijn om het gezag.

Debatavond over de toekomst van journalistiek

Zal een journalist straks moeten schrijven voor print, website, nieuwsbrieven, bloggen, foto’s maken, filmen etc? Waar ligt de limiet. Is er één? Kwantiteit boven kwaliteit? Wat is de visie van de uitgever? Wat is de visie van de journalist? En quid op het vlak van auteursrechten?

Moderator is Josse Abrahams (gewezen journalist De morgen, nu manager interne communicatie BASF Antwerpen). In het panel: Pol Deltour, nationaal secretaris Vlaamse Vereniging van Journalisten, Frans Wauters, algemeen directeur Journalisten Auteursrechten Maatschappij (JAM), José Delameilleure, uitgever B2B Minoc, Luc Eeckhout, uitgever ICT cluster Roularta, Jozef Schildermans (journalist Testlab) , Bruno Koninckx (free lance journalist)

De avond wordt afgerond met een drankje, aangeboden door Corelio.

Gelegenheidsadres: Corelio
A.Gossetlaan 30
1702 Groot-Bijgaarden

Wij hopen jullie daar te ontmoeten. Kunnen jullie laten weten of je al dan niet aanwezig kan zijn?

Graag een mailtje naar brigitte.doucet@roularta.be

ICT QUIZ 2007: een schot in de roos

Het is nu wel zeker: ook ICT is een onderwerp waarover moeiteloos honderd vragen gesteld kunnen worden. En op de allereerste ICT-zaalquiz, georganiseerd door Stef Gyssels en Tim Nagels als nieuwe BJIT-activiteit, bleek dat de meeste van deze honderd vragen ook vlot beantwoord kunnen worden. Vijftig ploegen schreven in voor deze eerste editie, die in de refter van Telenet plaatsvond.

Echt veel leek het niet meer op een refter nadat Telenet er een event-team op los had gelaten. Presentator Dries Cuypers sprak zelfs van een Moulin-rouge sfeertje, ongetwijfeld geïnspireerd door de rode lampjes op tafel. Wat ook op elke tafel stond: een notebook met daarop antwoordformulieren voor elke ronde. Zo was niet alleen de allereerste ICT-zaalquiz maar ook de allereerste geautomatiseerde ICT-zaalquiz een feit.

De uiteindelijke winnaar werd het team van IT Professional. Zij hadden 86 van de 100 vragen correct. Tweede was een team van DataTestlab/Disk Idee (85), terwijl een afvaardiging van IT-dienstverlener Isabel met de derde plaats en 84 punten het podium op mocht.

Het uiteindelijke doel van de quiz was geld ophalen voor de Cliniclowns, een organisatie die met een zestiental clowns de verschillende ziekenhuizen in België bezoekt om de patiëntjes aan het lachen te brengen. Het streefcijfer van 10.000 euro werd gehaald en zelfs met enkele honderden euro overschreden. De opbrengst zal worden besteed aan een webcamtoepassing waarmee de patiëntjes ook online bezoek kunnen krijgen van de clowns.

Uiteraard is zoiets niet mogelijk als er geen schare sponsors klaar staat om alle kosten te dekken. Telenet voor de hosting en catering van het event, HP en Kender Thijssen voor de notebooks, One Agency voor de quizsite en voor de toepassing, en dan nog een hele reeks prijzensponsors: HP, Telenet, Microsoft, Adobe en Lexmark. Ook de vragenstellers, juryleden en andere vrijwilligers die zich voor deze quiz hebben ingezet, mogen niet vergeten worden.

En komt er nu ook een Tweede ICT-quiz? Gezien het succes en de enthousiaste reacties, zien Stef en Tim zich haast verplicht om een nieuwe editie te plannen. En wees gerust: ook de volgende honderd vragen zullen geen probleem vormen. We zoeken enkel nog een geschikte locatie om volgend jaar nog meer teams te laten meespelen.

Bedankt aan alle deelnemers en tot volgend jaar!

Belgisch perskampioenschap lopen

Op 4 november om 14u30 vindt het jaarlijkse Belgisch Perskampioenschap lopen plaats. Het gaat om een jogging van 10km door het prachtige park van Tervuren. Een drafje op een licht heuvelachtig parkoers op grotendeels verharde wegen. Het kampioenschap past trouwens in de 11.11.11 campagne van Vossem. Geen prijzen dus, maar wel een tijdsopname. De jogging staat open voor zowel pers als voor persmedewerkers (woordvoerders, persagentschappen) waarvoor een gescheiden rangschikking wordt gemaakt. Uiteraard zijn zowel mannen als vrouwen welkom. Inschrijven kan ter plaatse en kost? … euro. Er wordt een aparte inschrijvingstafel met duidelijk zichtbare borst- en rugnumers voorzien. Douches zijn eveneens beschikbaar. Achteraf willen we graag afspreken in café ‘In de Congo’, Dorpsplein 11 in Vossem (recht tegenover de kerk). Tot dan?

Voor meer inlichtingen kan je terecht bij Luc Blyaert (0495 23 99 25).

De allereerste quiz in samenwerking met BJIT

Jawel, u leest het goed: na de zoveelste filmquiz, sportquiz of crackquiz werd het de hoogste tijd voor een ICT quiz, vonden wij.

Daarom organiseren we op 18 oktober de allereerste quiz in België - en misschien wel ter wereld - waarbij alle vragen verband houden met ICT. Typische vragen over informatica (waarvoor staat de afkorting CRM bijvoorbeeld) worden afgewisseld met vragen over film, geschiedenis, literatuur, ... waar toch steeds een verband met ICT in te vinden valt. Dus niet alleen een quiz voor de techies onder u, zeker weten!

Ook de organisatie van de quiz is uniek. Voor het eerst zal een quiz volledig geautomatiseerd verlopen, zonder pen en papier, maar louter met ICT-middelen. Alle deelnemende ploegen krijgen een notebook met een op maat gemaakte quiztoepassing, waarop ze hun antwoorden kunnen ingeven. Een draadloos netwerk zorgt ervoor dat de verzending van de antwoorden tussen de verschillende notebooks van de ploegen en de server van de jury vlekkeloos verloopt.

Natuurlijk hopen we dat ook u deelneemt, en u hebt daar gelukkig alle redenen toe. Ten eerste is het een BJIT-event waarop u uw contacten eens in een totaal andere omgeving aan de slag kan zien. Ten tweede zat u natuurlijk allang te wachten op een quiz die volledig rond ICT draait. En – last but not least – de opbrengst van deze quiz gaat volledig naar het goede doel: een online extensie voor de activiteiten van de Cliniclowns.

Initiatiefnemers van de ICT quiz zijn Stef Gyssels, adjunct hoofdredacteur van het magazine Smart Business Strategies, en Tim Nagels, communications specialist bij Quadrant Communications. Stef en Tim zijn zelf fervente quizzers en samen bijna 2 decennia actief in de ICT-wereld. BJIT ondersteunt dit initiatief voluit.

Praktische info:

Wat? Eerste ICT-Quiz
Wanneer? Donderdag 18 oktober 2007 vanaf 18h30 voor een welkomsthapje en drankje. Om 19h30 starten we de strijd. Na de quiz netwerkreceptie.
Waar? Het Telenet-gebouw in Mechelen, Liersesteenweg 4 in Mechelen
Voor wie? Quiz-ploegen van vijf spelers, die de ICT-wereld een warm hart toedragen. Het inschrijvingsgeld per ploeg bedraagt 250 euro. BJIT-journalisten mogen gratis een team vormen.

Aarzel niet, en schrijf u in op het volgende adres: www.ictquiz2007.be

Op deze site kunt u ook alle nieuws volgen over de voorbereidingen, de inschrijvingen en – wie weet – misschien zelfs enkele tips over de vragen...

Deze quiz wordt mede mogelijk gemaakt door onze sponsors:
Telenet – HP – Kender-Thijssen – Microsoft – One Agency – Dell – Acer

Voor meer info over hun rol: zie http://www.ictquiz2007.be/partners.php

Bijna 500 gasten op BJIT cocktail

De jongste BJIT cocktail in het pand van Telindus Belgacom ICT was een bijzonder succes. Op de zwoele avond van 7 juni daagden liefst 480 genodigden op die zich bijna allen via de BJIT website hebben ingeschreven. Naast doorgewinterde BJIT-journalisten waren er tot onze grote vreugde tevens heel wat it-journalisten aanwezig die voor het eerst de BJIT-cocktail meemaakten. Eén en ander maakt dit tot één van de grootste it-events in België. Met dank aan iedereen die hier op één of andere manier aan meewerkte.

Het volgende event wordt de organisatie van een ict quiz op 18 oktober. Initiatiefnemers van de quiz zijn Stef Gyssels, adjunct hoofdredacteur van het magazine Smart Business Strategies, en Tim Nagels, communications specialist bij Quadrant Communications. Zij rekenen op een 50-tal ploegen uit de ict-sector. Ook teams (max. 5 spelers) van bjit-journalisten zijn uiteraard welkom. De presentatie van de quiz is in handen van Peter Hinssen, voorzitter van Porthus en Belgisch internetpionier. De opbrengst gaat integraal naar een goed doel. Meer info in nieuwsbrief 3.

Bloggers = Citizen Journalists ?

Is blogging een bedreiging voor de journalistiek? Nee, mogelijk wel een verrijking. Nu kan iedereen journalist worden, toch? Alleen is er zoals bij kranten of tijdschriften geen corrigerende eind- of hoofdredactie. Nabellen om informatie te checken is er ook niet bij (meeste bloggers werken overdag, bloggen ’s avonds). Er is evenmin controle. Iemand die aan de deur gezet is, kan over zijn ex-werkgever alle smurrie op een blog zetten, maar hoe geloofwaardig is dat? Bloggers hebben daarentegen soms wel een impact op de professionele journalistiek en kunnen een bron van informatie zijn. Interessant is tevens dat je onmiddellijk feedback hebt van lezers en blogging een grote interactiviteit kan veroorzaken. Daardoor blijf je alert en kritisch kijken, volgens een blogger. Gewone kranten en tijdschriften hebben die interactiviteit veel minder, of helemaal niet. Mede daarom zien we dat nogal wat hoofdredacteurs hun journalisten laten bloggen. De vraag is alleen of dat niet ten koste gaat van de tijd die journalisten hanteren om informatie op te vragen, bronnen te checken, etc… En dan nog is het de vraag wie die blogs leest? De term ‘citizen journalism’ werd in elk geval opgeborgen en moet plaats ruimen voor het bredere ‘user generated content’.

Uit het blogging debat van 19 april, een eerste gezamenlijke organisatie van BJIT en de organisaties van woordvoerders en pr-bedrijven BPRC en BGPRA.

Debat pers versus public relations

Op 22 maart daagden in het pand van Roularta in Zellik zo’n honderd actieve toehoorders op voor het BJIT-debat over pers en public relations. Moderator Josse Abrahams (ex-voorzitter van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België en huidig woordvoerder van de chemiegroep BASF praatte de debatdeelnemers aan elkaar: Brigitte Doucet (Business ICT), Dominique Deckmyn (IT professional), Thierry Bouckaert (Belgacom), Philippe Borremans (IBM), Dian Wahlen, (Leads United) en Peter Otten (Hill & Knowlton).

Verslaggever: Guy Kindermans (Data News)

De elementen die public relations-personen aanhalen zijn natuurlijk klassiek en gekend. Enerzijds bezorgen zij de informatie aan de journalisten, terwijl ze anderzijds de journalisten (en hun artikels etc) aanbrengen bij hun klanten. Bij die laatsten moeten ze dan weer geregeld opboksen tegen een gebrek aan inzicht in de werking van de pers, de noden van journalisten en de informatiegeplogenheden in het algemeen. Zo klonk zowat de kick-off stelling van de public relations. Cruciaal is het creëren van een vertrouwensrelatie tussen de partijen, zodat problemen als hieronder (zie 'heikel punt') kunnen worden vermeden… En ook om te voorkomen dat pr (en hun klanten) en journalisten in confict komen over teveel/irrelevante/ongewenste persberichten etc. Een meer dan duidelijke hint hierbij was om meer gebruik te maken van de huidige elektronische media en verspreidingswijzen als rss etc. Die aansporing geldt blijkbaar zowel de pr-wereld als de journalisten, met in beide gevallen toch ook behoorlijk wat conservatisme… Er kan op dit punt in elk geval een belangrijke rol door de pr-bureaus worden gespeeld.

Heikel punt: de journalist schrijft onjuistheden?

Een van de gevoeligste punten was wat it-bedrijven/public relations moeten doen indien een journalist in zijn artikel fouten maakt. Reageren of niet? Door wie? En wat als dat bij herhaling gebeurt? Onder de aanwezigen leefden verschillende opvattingen: Zo stelde een woordvoerder dat hierop moet worden ingegrepen, eventueel zelfs al op het ogenblik van de vraagstelling, maar zeker als bijvoorbeeld het artikel op een newswire verschijnt (en dus meer dan waarschijnlijk door derden wordt overgenomen). Anderzijds kan een reactie (van welke aard ook, bijvoorbeeld een lezersbrief) de zaak nog eens oprakelen en dus een tweede keer negatief zijn… Dus eventueel dan maar niets doen? En dan is er ook nog het probleem van 'gigo': als het product/de info etc van de klant slecht is, moet je ook niet verbaasd zijn dat de output negatief is… Wat te doen: bereid als public relations een gesprek, test etc optimaal voor om maximaal aan de verwachtingen van een journalist (en dus de lezers van zijn blad, kijkers, luisteraars etc) te voldoen.

Wat kan je als pr beter NIET doen: het artikel, de output etc vooraf opvragen en inkijken… (blijkbaar een perfide gewoonte in Nederland, maar België is blijkbaar professioneler…). Wat overigens niet uitsluit dat de journalist bijkomende uitleg moet vragen als hij of zij nog iets niet ten volle begrijpt. Eventueel kan een tekst ook ter controle worden voorgelegd, als het bijvoorbeeld om complexe (technische) materie gaat en/of als het om de juiste weergave van 'quotes' gaat. Belangrijk is ook dat de vraag tot nalezen VOOR het gesprek gesteld wordt, zelfs voor de afspraak, en dat het NIET achteraf opgeëist wordt. Wat duidelijk niet door de beugel kan voor journalisten is te worden uitgescholden door klant en/of pr (letterlijke klacht van een van de aanwezige journalisten). Een telefoontje, ja, een scheldtirade dus niet…

En dreigen met intrekken van pub… Een gêne waarde door de zaal, want dit zou niet mogen, maar gebeurt dus blijkbaar toch en wie is dan de schuldige? De klant of een pr die al te overijverig het initiatief neemt… Een punt waarop de discussie toch wat over hete kolen liep… Overigens lijken dergelijke pesterijen in sommige sectoren (zoals bijvoorbeeld 'cultuur': "de volgende keer krijg je geen kaartjes meer!") wel vaker voor te komen…

En wat als over het hoofd van de journalist naar de hoofdredacteur wordt gesprongen? Advies van de journalisten: niet ideaal, op zijn zachtst gesteld! Liever eerst even met de betrokken persoon spreken. Door wie? De meningen bleven toch wel verdeeld. Sommigen verkozen het met de gesprekspartner zelf te bespreken, anderen suggereerden het over te laten aan de pr-persoon (of deze laatste toch de voorbereiding te laten doen). De pr/woordvoerder moet zich zeker enkel als facilitator gedragen als het technische punten betreft. Het bleef toch wat een discussie met een open einde…

Een klacht was tevens dat journalisten niet zelden op hun honger blijven zitten inzake bijkomende informatie… Een deel van het probleem wordt onder meer veroorzaakt door foute/onvolledige/gebrekkige info in antwoord op vragen etc. De pr moet dan ook een stuk kwaliteitscontrole doen op wat de klant meedeelt! Uiteindelijk is het aan de pr persoon om een meerwaarde te bieden, door de kennis van de journalist (interesses, lezerspubliek…) en de klant (natuurlijk). Bijvoorbeeld door deze laatste duidelijk te maken hoe hij met scoops, informatie die hij wel of niet mag geven, internationaal verkrijgbare info etc moet omgaan. Is dus een kwestie van helpen! Een journalist zal overigens wel ook zijn eigen bronnen hebben en niet meteen enkel en alleen als een kruk steunen op de pr!

To 'ethiek' or not to 'ethiek'

Wat te doen met het vraagstuk rond ethiek: hoe moeten de verschillende partijen zich gedragen in de toch wel commercieel gerichte branche van ict-journalistiek. Wat kan er door de beugel? Journalisten die zowel nieuwsschrijvers zijn als schrijvers van commerciële kopij? Publicaties die redactionele inhoud en betaalde inhoud laten vervagen? Zonneklaar is wel dat er een absolute vereiste is: het moet duidelijk zijn welke pet een journalist draagt in welk gesprek, voor welk type output - zeker van belang voor freelancers, die het overigens niet werd ontzegd beide activiteiten (redactioneel & commercieel schrijfwerk) uit te oefenen. Er werd overigens onder schier algemene instemming een lans gebroken voor een beter en duidelijker statuut voor de freelancers! Een actiepunt voor B-JIT (o.a. tegen sociale fraude en uitgevers die het echt wel bont maken). Koppelverkoop van tekst en pub werd uitdrukkelijk afgekeurd, waarbij wel werd gewezen op de mogelijke waarde van betaalde stukken, of stukken door leveranciers voor het lezerspubliek. Redactie en publiciteitsverkoop moet uitdrukkelijk wel van elkaar gescheiden zijn en blijven.

En wat met het 'omkopen' of laten we zeggen, milder stemmen van journalisten door het aanbieden van snoepreisjes? Niet alleen lijkt die praktijk heel wat minder dan wellicht ooit het geval was, maar bovendien heeft de journalist daar steeds vaker geen tijd voor. En voorts hangt het ook af van de eerlijkheid van de journalist - dus toch ethiek! Kortom, duidelijk was wel dat de journalist niet commercieel mag denken. En na een hele poos werd deze als 'therapeutisch' omschreven avond afgesloten met een klassieke Belgische drink!

”Pigiste pas pigeon” of de calvarie van de zelfstandige journalisten

“Inkomsten die onder het levensminimum liggen, onbestaande barema’s, verschrikkelijke concurrentie, te late of geweigerde betalingen, tarieven die sinds twintig jaar niet meer aangepast zijn, totale onderwerping aan de grillen van de werkgever, gevraagde teksten die nooit gepubliceerd zijn… dat is het lot van steeds meer professionele zelfstandige journalisten, of het nu redacteurs zijn, tekstenmakers bij radio of televisie, fotografen of cameramensen.”

Dat is het bilan van “Le livre noir des journalisten indépandants” dat uitgegeven is door de AJP (Association des Journalistes Professionnels). Jammer genoeg is het enkel in het Frans beschikbaar. Het project kadert in een sensibiliseringscampagne rond de werkomstandigheden van zelfstandige journalisten. Het boek is gebaseerd op de getuigenverslagen ‘uit eerste hand’. Het wil: informeren, sensibiliseren, zaken vooruit doen gaan, opnieuw interessantere tarieven en werkomstandigheden bedingen. “De omstandigheden van het statuut, schandalig voor wie het moet ondergaan, zet tevens het journalisme zelf op de wip. Persvrijheid kan slechts bestaan als de werkomstandigheden goed zijn.”

Sommigen onder jullie zullen zich herkennen in dit boek. Bij anderen kunnen de ogen openen. Een leerrijk boek, om te lezen, en te laten lezen.

De Nederlandstalige zusterorganisatie VVJ, Vlaamse Vereniging van Journalisten, heeft drie jaar geleden een “Vadecum voor Zelfstandige Journalisten” (een honderdtal pagina’s) uitgebracht. Motivatie en besluiten liggen in lijn met het “zwartboek” : “onze eerste doel is het invullen van de vraag naar informatie van heel wat freelancers, zeker de jongeren. We duiden op de valkuilen en bieden hen praktische tips. Met dit werk willen we tevens de redactieverantwoordelijken en de directie inspireren. Het zou hen sieren dat ze de freelance journalist met evenveel respect bejegenen. Deze uitgave verdient tevens de aandacht van de politici. Als de uitgeverijen niet bereid zijn om serieuze engagementen te nemen, zouden politici ervoor kunnen zorgen dat de situatie van de freelancer verbetert. Dat zal niet allen de journalist te goede komen, maar ook de kwaliteit van de informatie, en bij uitbreiding de democratie.”

Prijs: 14 euro (10 euro voor de leden van de AJP

Meer info op www.pigistepaspigeon.be

Nalezen van teksten: nee, en als, dan

Sinds enkele jaren is er een toenemende aandrang tot zelfs dwingende vraag om teksten van it-journalisten na te lezen voor publicatie. BJIT verwerpt deze praktijk en wil een duidelijk standpunt verstrekken voor it-ondernemingen en pr-bedrijven.

Het nalezen van een tekst voor publicatie is een gunst, geen recht.

Op geen enkele wijze hebben ondernemingen voor publicatie het recht op het nalezen van teksten van journalisten. Het nalezen van een tekst na een interview kan niet afgedwongen worden door de geïnterviewde of de betrokken onderneming, laat staan door het begeleidende pr-bedrijf. De tekst is het intellectuele werk van de journalist die de volledige eigenaar is van het resultaat. Hij heeft dan ook geen verplichting om dit te laten nalezen voor publicatie. Het staat de geïnterviewde vrij om te vragen de tekst na te lezen, maar als de betrokken journalist weigert, is de zaak meteen afgedaan en hoeft men niet langer aan te dringen. Anderzijds is het om praktische reden (deadlines, vertalingen, productietijd) vaak ook onmogelijk om nalezen toe te staan.

Bij wijze van gunst, om een aantal feiten of technische aangelegenheden te laten verifiëren, kan de journalist zelf vragen om de tekst na te lezen. De eventuele wijzigingen kunnen uitsluitend gaan over feiten en technische aspecten. Nooit kan ingegrepen worden over de inhoud zoals het schrappen van negatieve passages of het doorspelen van een positievere marketingboodschap. De journalist behoudt het recht om aangebrachte aanpassingen te negeren of te wijzigen.

BJIT roept journalisten op om wantoestanden door te spelen zodat de betrokken bedrijven in kaart kunnen worden gebracht.

Chinese muur redactie & advertentie, een must

Een aantal it-bedrijven probeert meer grip te krijgen op redacties en it-journalisten om de publicatie van ‘negatieve’ (lees kritische) teksten te voorkomen. Soms dreigen ze, al dan niet rechtstreeks, met het terugtrekken van een advertentiecampagne na enkele minder gunstige artikels. Het zijn en blijven gelukkig uitzonderlijke gevallen, maar BJIT vindt deze tendens verontrustend en ontoelaatbaar. Aanleiding is een recente telefonische oproep aan een hoofdredacteur van een it-blad, die aangespoord werd om een opeenvolgende reeks verwijzingen naar het it-bedrijf stop te zetten om mogelijke publicitaire annulaties te voorkomen.

Het dreigen bij de redactie met annulatie advertentiecampagne is ontoelaatbaar.

BJIT wil met klem protesteren tegen dergelijke praktijken en wijst erop dat er een duidelijke scheiding moet zijn tussen redactie en advertentieafdeling. Journalisten moeten autonoom, zelfstandig en kritisch te werk kunnen gaan. Inmenging van de advertentieafdeling is ontoelaatbaar en laakbaar. Een ‘Chinese muur’ tussen redactie en advertentie is dan ook een must. Dat geldt in de eerste plaats voor uitgeverijen, maar naar aanleiding van het incident pleit BJIT ook voor een scheiding bij it-bedrijven tussen pers- en marketingverantwoordelijk en. In een aantal gevallen is de perswoordvoerder of woordvoerster immers ook verantwoordelijk voor de advertentiebudgetten. Dat kan leiden tot eerder aangehaalde aberaties. BJIT wil pr-bedrijven er tevens op wijzen dat zij bij it-ondernemingen, klanten dus, een belangrijke rol kunnen/moeten spelen in het verduidelijken van het standpunt en de rol van journalisten. Het kan niet dat een pr-agentschap (of een woordvoerder) in opdracht van een it-onderneming bij een journalist dreigt met het stopzetten van advertenties. Dat maakt bovendien toekomstige ‘samenwerkingen’ met het betrokken pr-bureau onmogelijk. Sommigen ‘full service bureaus’ beheren bovendien ook zelf advertentiebudgetten van hun klanten. Ook daar is een duidelijk scheiding in de organisatie aangewezen.

EVENTS

04/06 BJIT cocktail








Emakina